Macramé: met drie knopen komt u een heel eind

Het is knopen, geen breien
Macramé lijkt ingewikkelder dan het is. Vrijwel alle wandkleden die u tegenkomt bestaan uit drie knopen: de platte knoop, de halve slag (die vanzelf een spiraal maakt) en de wikkelknoop waarmee u een bundel afbindt.
Wie die drie beheerst, kan elk patroon lezen. De variatie zit in de volgorde en in het verspringen van de draden, niet in nieuwe technieken.
Hoeveel touw u nodig heeft
De vuistregel is vier keer de gewenste eindlengte, en bij dichte patronen zes tot acht keer. Een wandkleed van tachtig centimeter lang vraagt dus draden van ruim drie meter, die u dubbelvouwt — en dat betekent stukken van meer dan zes meter per draad.
Dat is bijna altijd meer dan mensen denken, en te kort afknippen is de fout waar geen oplossing voor is: aanzetten in het midden van een patroon zie je altijd. Koop liever een bol te veel.
Touw kiezen
Katoenkoord van drie tot vijf millimeter is de standaard. Gedraaid koord kunt u uitkammen tot franje, gevlochten koord niet — dat blijft een strak touw, wat juist strakker oogt.
Neem voor uw eerste werkstuk iets van vier of vijf millimeter: dunner touw vraagt veel meer knopen voor hetzelfde oppervlak, en dan is de aardigheid er halverwege af. Jute en sisal zijn goedkoper maar prikken, laten vezels los en zijn lastiger strak te krijgen.
De stok en de ophanging
Waar u aan knoopt bepaalt hoe het hangt. Een tak is sfeervol en zelden recht; een houten rondstok van achttien tot vijfentwintig millimeter uit de bouwmarkt is dat wel.
Neem de stok minstens tien centimeter breder dan het werk, zodat de buitenste draden niet om de rand vallen. En hang op aan twee punten in plaats van aan één touwtje in het midden — anders zakt het midden door en trekt het hele patroon scheef.
Strak werken zonder frustratie
Span de stok op werkhoogte vast, bijvoorbeeld aan twee haakjes of aan de bovenkant van een deur. Op tafel werken lijkt makkelijker maar levert ongelijke spanning op, en dat ziet u terug als een scheve onderrand.
Trek elke knoop even strak aan. Verschil in spanning is de belangrijkste reden dat een eerste werkstuk golft — niet het patroon.
Afwerken
De onderrand knipt u recht af met een lat als liniaal, en pas als het werk hangt: aan de muur hangt hij anders dan op tafel.
Wilt u franje, kam de uiteinden dan uit met een grove kam of een hondenborstel en knip daarna pas op maat. Andersom werkt niet: uitkammen maakt de draden korter en ongelijk. Zie ook een wandkleed van stof als u liever niet knoopt.

